Laat ons, liefste, samen varen

Kent gij, lief, de diepe wat'ren van mijn schone Scheldeland,
waar de golven lichtend klat'ren, waar de hemel openbrandt?
Dag en nacht wou 'k er verwijlen met u, liefste, aan mijn zij,
lijk de sloepen zachtjes zeilen op het deinen van de tij!

Laat ons, liefste, samen varen door mijn schone Scheldeland,
met wat bloempjes in uw haren: bloempjes van de waterkant.

Kent gij, lief, de groene dijken met het glanzend grazend vee,
waar de golven schuimend wijken voor de wekroep van de zee?
Dromend bij de wilgentronken heb 'k er steeds aan u gedacht,
wijl de waterlelies blonken in de zuiv're zomernacht!

Laat ons, liefste, samen varen door mijn schone Scheldeland,
met wat bloempjes in uw haren: bloempjes van de waterkant.

Zaagt gij, lief, de sloepen varen, zeilend door mijn Scheldeland,
in de glans der notelaren, bloeiend langs de waterkant?
Zon en maan gaan door de wolken, goud en zilv'rig ruist er 't riet!
En in 't diepst der waterkolken zingt de vloed zijn toverlied.

Laat ons, liefste, samen varen door mijn schone Scheldeland,
met wat bloempjes in uw haren: bloempjes van de waterkant.


Contact
Algemeen Nederlands Zangverbond
Collegelaan 106
2100 Antwerpen
  • 03 237 93 92
  • info@anz.be
Een samenwerking tussen

Algemeen Nederlands Zangverbond, Studiecentrum voor Vlaamse Muziek en Bibliotheek Koninklijk Conservatorium Antwerpen. Met de steun van de Vlaamse Gemeenschap.