Léontine De Maesen (Van der Maesen)

Stem: sopraan

Geboortejaar: 1834 (Esneux)


Biografie:

Zus van Camille De Maesen. De levensloop van de deze twee zussen is niet altijd duidelijk te scheiden.

 

Léontine De Maesen studeert zang aan het Conservatorium van Luik bij Théophile Vercken en Jean Géraldy en behaalt er een eerste prijs. Daarna vervolledigt ze haar studies aan het Conservatorium van Parijs bij Géraldy en Mme Cinti-Damoreau. In september 1856 maakt ze haar theaterdebuut aan De Munt te Brussel als Catharina in Les Diamants de la couronne van Auber, maar wordt er niet aanvaard. Ze zingt het seizoen 1856-57 uiteindelijk aan het theater van Grenoble, de daarop volgende jaren aan de theaters van Marseille (1857-59, 1861-62), Lyon (1860-61) en Rijsel (1862-63).

 

Op 30 september 1863 maakt Léontine De Maesen haar debuut aan het Théâtre Lyrique te Parijs, als Leila in de creatie van Les pêcheurs de perles van Bizet. De kranten zijn lovend: « Mlle de Maesen est un soprano d’excellente qualité, - voix étendue, d’un timbre éclatant et naturellement agréable. […] Ses intonations sont justes, elle fait fort bien le trille, et le grupetto encore mieux. Elle a de l’expression, et par conséquent du sentiment et de l’intelligence. » (Revue te Gazette musicale de Paris, 4 oktober 1863, p. 315). Ze blijft twee volledige seizoenen aan het Théâtre lyrique verbonden. Haar grootste succes is er Gilda uit Verdi’s Rigoletto. Daarnaast zingt ze onder meer Donna Anna (Mozart: Don Giovanni), Adalgisa (Bellini: Norma), Norina (Donizetti: Don Pasquale) en Doña Ferande (Poniatowski: L’aventurier).

 

In 1865 verlaat ze Parijs en zingt gastrollen aan Italiaanse huizen, o.a. te Firenze (Teatro Pagliano). Het is moeilijk exact te achterhalen waar ze in die jaren precies zong, daar ook haar zus op dat ogenblik gastrollen in Italië zong en in recensies zeer zelden een voornaam wordt vermeld. In 1867-68 is ze verbonden aan het Teatro Real te Madrid. Daarna keert ze terug naar Marseille. Daar huwt ze met zakenman M.A. Rabaud en verlaat ze het podium. Ze zingt er wel nog geregeld liefdadigheidsconcerten.

 

Naast de reeds genoemde rollen, krijgt ze tijdens haar carrière ook veel bijval als Dinorah (Meyerbeer: Le Pardon de Ploërmel) en als Marguerite (Gounod: Faust). Ze oogst meer succes in dramatische dan komische rollen: : « Mlle de Maesen, qui semble faite exprès pour la tragédie et le drame, n’arrive pas au même effet, n’atteint pas le même niveau dans la comédie » (Revue et Gazette musicale de Paris, 29 januari 1865, p. 34, naar aanleiding van de creatie van Poniatowski’s L’aventurier)

 

Bibliografie:

Carmena y Millán, Luis, Crónica de la ópera italiana en Madrid, Madrid : Manuel Minuesa de los Rios, 1878, p. 305-8, 418.

Grégoir, Edouard, Les artistes-musiciens belges au XVIIIme et au XIXme siècle, Brussel : Schott, 1885, p. 121-122.

Grégoir, Edouard, Les artistes-musiciens belges au XVIIIme et au XIXme siècle, Supplément II, Brussel : Schott, 1890, p. 219-221.

Kutsch, K.J. en Leo Riemens, Großes Sängerlexikon, München: Saur, 2003, vol. 2, p. 1092.

Martiny, Jules, Histoire du Théâtre de Liège, Luik : Vaillant-Carmanne, p. 346.



Beeldmateriaal voor Léontine De Maesen (Van der Maesen)

De bibliotheek van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen beschikt nog niet over beeldmateriaal voor deze operazanger(es).

Beschikt u over dergelijk beeldmateriaal? Contacteer ons dan op bibliotheek.kca@ap.be.

Alvast bedankt.