Mijn liedjes

Mijn liedjes tripp’len zoetjes
als op hun blote voetjes,
lijk rozenrood,
van vreugd vergeten kindjes,
zo licht als lentewindjes,
van mijne schoot.

Het zijn zo’n teng’re wichtjes
met blijde bloemgezichtjes,
als fijn satijn.
Zij bibb’ren voor de windjes,
mijn zwakke hartekindjes,
zo bitter klein.

Ze weten waar er wonne is,
bij rozen zacht als het zon is,
vol gouden licht.
Daar neuren zij mijn wijsjes
van wel en wee, heel lijsjes,
met d’ogen dicht.

Nu wordt het weer zo kill’kes,
mijn liedjes liggen still’kes
in stervensnood.
Schoon lief toch, hou ze warmpjes,
heel zachtjes in uw armpjes.
Straks zijn ze dood.
Straks zijn ze dood.


Contact
Algemeen Nederlands Zangverbond
Collegelaan 106
2100 Antwerpen
  • 03 237 93 92
  • info@anz.be
Een samenwerking tussen

Algemeen Nederlands Zangverbond, Studiecentrum voor Vlaamse Muziek en Bibliotheek Koninklijk Conservatorium Antwerpen. Met de steun van de Vlaamse Gemeenschap.